Voor het project Woon.Zorg.Kunst werkte artiest Loeke Vanhoutteghem zes maanden lang mee in het dagcentrum Pamele van Zorggroep H. Hart waar volwassenen met een Niet-Aangeboren Hersenletsel verblijven. Samen met Loeke en Annelies kijken we terug op een traject vol ontmoetingen, creativiteit en nieuwe inzichten over de rol van kunst in de zorg.
Wie zijn jullie en wat doen jullie?
Loeke: “Ik ben kunstenaar, en werk vooral als schrijver, performer en als muzikant. Binnen dit project ben ik hier als schrijver. In Pamele kom ik meestal op woensdag en donderdag. We hebben al samen samen met de gebruikers van Pamele schrijfsessies gedaan en op een creatieve manier met taal gewerkt, telkens zoekend naar nieuwe vormen voor woorden en verhalen.”
Annelies: “Ik werk ondertussen al dertien jaar in Pamele. Van opleiding ben ik ergotherapeut. Op maandag en woensdag geef ik ergotherapie aan de bewoners van Pamele. Op dinsdag en vrijdag ben ik aanwezig in het dagcentrum, waar ik een begeleidende en ondersteunende rol opneem voor de bezoekers die nog thuis wonen maar hier overdag dagbesteding en activiteiten komen volgen.”
Hebben jullie ervaring met de combinatie van kunst en zorg?
Loeke: “Voor mij is dit de eerste keer dat de zorgcontext echt in mijn kunstpraktijk binnenkomt. Ik heb wel al sociaal-artistieke projecten gedaan met jongeren, senioren en soms intergenerationeel, maar nog niet binnen een omgeving waar zorgnoden zo expliciet aanwezig zijn. Dat vind ik wel heel interessant en ook fijn om te doen.”
Annelies: “Binnen Pamele gaan we regelmatig op uitstap naar toneelvoorstellingen, optredens en andere culturele activiteiten. Zo bezoeken we bijvoorbeeld voorstellingen die spelen in lokale dienstencentra, ontmoetingscentra of in de Schouwburg. We gaan ook langs bij tentoonstellingen en kunstprojecten, onder andere in de Budafabriek in Kortrijk.”
“Vaak brengen de bezoekers zelf ideeën aan. Iemand zegt dan: ‘Dat zou ik graag eens willen zien’, en dan bekijken we samen of we dat kunnen organiseren. Met onze busjes en de hulp van vrijwilligers proberen we zoveel mogelijk waar te maken. We zijn bijvoorbeeld ook naar Werchter geweest. Dat vraagt veel organisatie en energie, maar als mensen daar graag naartoe willen, proberen we mee te denken. We hebben een gedreven team. Vaak is het puzzelen, maar uiteindelijk lukt het.”
Drempels voor culturele participatie
Toch zijn er ook heel wat drempels die zulke uitstappen bemoeilijken. Toegankelijkheid blijft volgens Annelies een belangrijk aandachtspunt. “Vaak zijn er niet meer dan een tiental rolstoelplaatsen beschikbaar, die dan bovendien gedeeld moeten worden met andere voorzieningen die de voorstelling ook willen bezoeken.
Net daarom ziet Annelies veel waarde in artistieke projecten die naar de voorziening zelf komen. “We zijn steeds afhankelijk van vrijwilligers, vervoer, budget en personeel. Daardoor bereik je nooit iedereen die interesse heeft. Als een kunstenaar naar hier komt, valt een groot deel van die drempels weg. Mensen bevinden zich in hun vertrouwde omgeving, kennen de ruimte en hebben alles wat ze nodig hebben dichtbij.”
Loeke: “Het heeft me doen nadenken over hoe we kunst dichter bij mensen kunnen brengen, in plaats van te wachten tot mensen naar de kunst komen. Toegankelijkheid gaat niet alleen over rolstoelgebruikers. Sommige cultuuractiviteiten zijn simpelweg te intens of te overprikkelend voor bepaalde mensen. Denk aan mensen met NAH, mensen met dementie, mensen die een beroerte hebben gehad, of mensen die om andere redenen moeite hebben met drukte, lawaai of late uren.”
Ze verwijst naar een concert dat ze onlangs voor kinderen speelde, overdag en met een lager geluidsniveau. “Dat was een heel fijne ervaring. Toen dacht ik: waarom beperken we dat eigenlijk tot kinderen? Misschien zouden we meer culturele activiteiten moeten organiseren voor iedereen die liever overdag komt, die minder prikkels wil of die zich niet comfortabel voelt in de klassieke concert- of theatercontext.”
Waar zit voor jullie de meerwaarde van dit traject?
Loeke: “Het grote verschil is dat ik hier als kunstenaar binnenkom, ik ben niet opgeleid in de zorg. Daardoor kan ik sommige dingen gewoon niet doen, omdat ik niet weet hoe ze op de juiste manier moeten gebeuren. Ik kijk dus eerder mee en zie onderweg waar ik kan helpen, bijvoorbeeld kleine praktische dingen, maar zorgtaken laat ik echt aan het personeel over.”
“Wat me opviel, is dat medewerkers vaak een gesprek moeten onderbreken omdat iemand hulp nodig heeft. Dat hoort bij hun job. Omdat ik niet in de zorg werk, kan ik soms ook gewoon ‘nee’ zeggen wanneer er iets aan mij gevraagd wordt. Daardoor kan een gesprek blijven doorlopen, soms een uur of langer, zonder onderbrekingen.”
Volgens Loeke schuilt daarin een belangrijke meerwaarde van haar aanwezigheid. Ze kon tijd maken voor verhalen die in de dagelijkse drukte niet altijd vanzelf naar boven komen.
“Ik heb gesprekken gehad met mensen die daar in eerste instantie misschien niet voor zouden staan te springen of die wat meer afstand hielden. Toch hebben we vaak heel mooie gesprekken gehad. Dan komen er persoonlijke verhalen naar boven, herinneringen of kleine details uit iemands leven. Als je de tijd neemt om met iemand te praten en op zoek te gaan naar die verhalen, ontstaat er een echte connectie.
Annelies: “Dat de mensen eens individueel benaderd worden, betekent veel. Wij werken vaak in groep en hebben niet altijd de tijd om zo lang met één persoon bezig te zijn. Die extra aandacht, het gevoel dat iemand even speciaal tijd maakt voor jou en naar jouw verhaal wil luisteren, doet wel veel voor mensen.”
Wat was de invloed op de werking en de bewoners?
Loeke: “Ik heb algemeen het gevoel dat participatieve woordkunst de mondigheid van mensen aanwakkert. Taal gebruiken we elke dag als communicatiemiddel, zonder daar echt bij stil te staan. Maar zodra duidelijk wordt dat er iets met die woorden gaat gebeuren, begin je er op een andere manier naar te kijken.”
Volgens Loeke kan participatieve woordkunst mensen helpen om hun stem terug te vinden en meer vertrouwen te krijgen in hun eigen mogelijkheden.
“Voor mensen die onzeker zijn over hun taalvaardigheid, kan die stap eerder groot lijken. Sommigen zeggen: ‘Ik kan dat niet zo goed uitleggen’ of ‘Ik vind mijn woorden niet’. Maar als je samen zoekt en de tijd neemt, lukt het meestal wel. Mensen kunnen zich uiten op de manier die voor hen werkt en delen wat ze willen delen. Dat geeft vaak een gevoel van zelfvertrouwen, nog voor ze beseffen dat ze eigenlijk met poëzie of literatuur bezig zijn.”
Ook tijdens de groepsworkshops merkte ze die evolutie. “Veel mensen reageerden eerst met: ‘Oei, maar ik kan helemaal geen gedichten schrijven.’ Dat schrikt af, omdat de meeste mensen daar weinig ervaring mee hebben. Maar ik begeleid hen daarin. We doen dat samen en ik heb allerlei methodes om mensen op weg te helpen. Wat ik dan vaak zie is dat mensen op een bepaald moment beseffen: ‘Eigenlijk kan ik dit wel.’”
Net daarom waren de gezamenlijke schrijfmomenten voor haar bijzonder waardevol. “Er waren mensen die heel talig waren en veel vertrouwen hadden in hun schrijfvaardigheden, maar ook mensen die daar veel minder zeker over waren. Toch kwamen ze vaak tot een resultaat waar ze trots op konden zijn. Ik denk dat het belangrijk kan zijn om jezelf eens te verassen in iets waarvan je vooraf dacht dat het misschien niet zou lukken.”
Wat neem je mee uit dit traject?
Loeke: “Ik vind het leuk omdat kunst hier op een heel menselijke manier gebeurt. Het hangt niet aan een witte muur in een tentoonstellingsruimte, maar ontstaat in het moment zelf, tussen mensen. In de kunstensector werk je vaak vanuit een volledig wit canvas. Alles is mogelijk, alle richtingen liggen open. Hier kom je terecht in een context die al bestaat. Het gebouw is er, het dagschema ligt vast, de deelnemers zijn er al. Dan ga je op zoek naar wat binnen de realiteit mogelijk is en welke ideeën daaruit kunnen groeien. Dat vind ik ontzettend boeiend.”
“Je maakt niet iets om daarna af te wachten of iemand erdoor geraakt wordt. De ontmoeting gebeurt meteen. Soms raakt iets een gevoelige snaar, soms brengt het vreugde, verdriet of verwondering. Dat weet je nooit op voorhand. Maar net in die onverwachte ontmoetingen gebeurt iets essentieels.”
Tegelijk ziet Loeke ook in projecten als deze de kans om stereotypen over zowel de kunst- als de zorgsector te doorbreken. “Het breekt een beetje het elitaire beeld van de kunstsector. Kunst wordt vaak geassocieerd met theaters, tentoonstellingen of culturele instellingen waar niet iedereen zich vanzelfsprekend welkom voelt. Omgekeerd zie je ook dat de zorgsector vaak wordt herleid tot organisatie, besparingen of personeelstekorten. Terwijl de dagelijkse realiteit in essentie draait om mensen die voor elkaar zorgen.”
Het project werkt ook inspirerend voor de medewerkers. In een voorziening waar dagelijks activiteiten worden georganiseerd, is het een voortdurende uitdaging om bewoners te blijven prikkelen met een gevarieerd aanbod.
Annelies: “Voor mensen met een niet-aangeboren hersenletsel is het niet altijd evident om zelf nieuwe ideeën aan te brengen. Daardoor moeten voorstellen vaak vanuit ons komen. Dat maakt het activiteitenaanbod soms een zoektocht. Dan kom je al snel uit bij de vertrouwde activiteiten, de dingen die werken, maar soms loop je daar ook op vast. Dan is het goed om eens op een andere manier naar activiteiten te kijken of mensen op een andere manier te stimuleren.”
Loeke merkt op: “Daar schrok ik ook wel van, jullie bieden elke dag activiteiten aan. Dan denk ik: je moet daar wel telkens opnieuw ideeën voor vinden.”
Net daarom ziet Annelies een meerwaarde in projecten die nieuwe invalshoeken binnenbrengen. “Soms zitten we zelf een beetje vast in onze wekelijkse routine. Dan is het fijn dat iemand van buitenaf iets anders meebrengt. Het is interessant om mensen op een andere manier bezig te zien of kwaliteiten te ontdekken die je in het dagelijkse aanbod minder snel ziet.”
Foto's: Bas Bogaerts
Woon.Zorg.Kunst kwam er in samenwerking met:
Met de steun van: